Lalibela Rotskerk G

Lalibela Rotskerk G

zondag 11 februari 2018

Dag 16: Arba Minch en Dorze stam.

Arba Minch – 40 Bronnen
Op de laatste volledige dag van ons bezoek aan Ethiopië worden de belangrijkste plaatsen rond Arba Minch bezocht. De naam Arba Minch, is Amhaars voor Veertig bronnen. Het ochtendgebed dat luid over de stad schalt spoort de gelovigen aan tot iets wat ik niet versta. Deze klaagzang haalt ons dit keer rond 06.00 in de ochtend uit onze slaap. Bij het opentrekken van de gordijnen blijken de baboon apen voor onze kamers eveneens aan hun ontbijt bezig.
Ingang tot het Emerald Resort Hotel.
Het ochtendontbijt voor ons, buiten op het terras, is heerlijk met zicht over het meer waar Arba Minch aan ligt. En uitzonderlijk is der verbinding naar de buitenwereld via internet werkend. Vele uren is er uitstekende wifi, maar de modem naar de buitenwereld is door Ethiopian Telecom soms voor enkele uren afgesloten. Geen probleem, we kunnen wel een tijdje zonder. We zitten tenslotte bij uitstekend weder met een prachtig uitzicht te ontbijten.
Ontbijt buiten op het terras. het is 07.30 uur.
Bezoek aan de Dorze inheemse stam.
We vertrekken dit keer om 08.30 uur voor een rit in de bergen. De Dorze gemeenschap woont in Chencha op een hoogte van 2400 meter. Het is een uurtje rijden over de beruchte rode onverharde stofbanen.
Zicht op het Abaya meer.
Op de weg naar de Dorze mensen. We zijn op 2.500 meter hoogte.
Deze stam telt 45.000 bewoners verspreid over 12 dorpjes. Ze hebben een eigen taal en gebruiken ons Latijns geschrift. Ze zijn vooral bekend voor het weven van stoffen. De huizen zijn uit bamboe en gelijken op de kop van een olifant. Hun huizen gaan 70 tot 80 jaar mee. Ze zakken geleidelijk naar beneden door de termieten. Er wordt 3 maanden gewerkt aan een huis en alle 8 jaar wordt het dak vernieuwd.
Typische olifantenstructuur van de Dorze huizen.
Valse bananen vormen hun basisvoedsel. De plant draagt geen bananen, maar ziet er voor de rest bijna net zo uit als echte bananenplanten. De stelen van de bladeren is het deel van de plant dat gegeten wordt. Men schraapt de stelen tot moes en laat het resultaat enkele maanden ondergronds fermenteren, gewikkeld in bananenbladeren. Zo bekomt men een witte korrelige basisgrondstof, die men kneedt en versnijdt en waaraan men nog slechts een klein beetje water moet toevoegen om een deeg te bekomen. Een bol deeg wordt dan plat geduwd en gebakken tussen twee bananenbladeren. Zo bekomt men een soort koek, die we mogen proeven met zeer pikante saus en met honing. Bij het eerste deel van het proces, het schrapen, houdt men draden over, waarvan men touwen slaat. Er gaat dus helemaal niets verloren van de plant.
De Dorze stoken ook hun eigen jenevertje, raki en we mogen er een glaasje van proeven.
Bakken van het bananenbrood.
Het spinnen gebeurt door de vrouwen en het weven door de mannen.
Vrouw bij het katoenspinnen.
Natuurlijk nog een dansvoorstelling waaraan de gasten konden aan deelnemen.
Nog even een dansje door Dorze stam.
In de weverij werken de mannen hun 8uren shift per dag. Dit voorziet in de levensonderhoud voor 150 families.
Moderne weefgetouwen zijn nog niet  ingeburgerd. Misschien iets voor Picanol uit W-Vlaanderen.
Om 11.45 uur is het bezoek aan dit dorpje dan ook afgelopen.
Vrouwen dragen deze zware lasten urenlang over vele kilometers.

Op het terras van onze kamer.
Zwembad in de Emerald lodge te Arba Minch.
Nech Sar National Park.
Nabij de stad Arba Minch is er een wandeling in het Nech Sar National Park. Voor de veiligheid en ook als gids worden we vergezeld door een gewapende scout.

Scout vergezelt ons.
De attracties zijn enkele soorten wilde aapjes: groene meerkatten, zwart-witte franjeaapjes of colobosapen. Nog even tot enkele bronnen die de naam aan Arba Minch gegeven hebben. Arba Minch zou 40 bronnen betekenen.
Lokale jeugd amuseert zich in het water dat uit de bronnen komt.
Baboon zoekt of hij iets kan pikken.
Om 14.00 uur is dit programmapunt dan ook afgelopen. Gauw de lunch in het hotel waarna we om 15.00 op weg kunnen voor de boottocht op het derde grootste mee van Ethiopië, het Chamo meer.

Boottocht op het Chamo meer.
Na de lunch, reuzegrote pizza's, hadden we dan nog een boottocht van 1,25 uur op het meer. Enkele krokodillen, 2 nijlpaarden, pelikaanvogels, reigers, Afrikaanse visarenden en nog enkele andere vogelsoorten zijn de bewoners van dit grote meer.
Krokodil ligt ons te beloeren, verscholen in het riet. Even later spring hij met een grote plons het meer in. Waarschijnlijk had hij een schrik gepakt van ons.
Krokodil heeft het warm. Zijn muil opengespert voor de afkoeling.
Bootje waarmee op het Chamo meer gevaren wordt.
Aapjes in het park.
Toegangspoorten van de Emerald lodge, het hotel voor de 2 laatste nachten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten